Pons of knipschaar

De Pons of knipschaar vindt u in de Dorpstraat, voor de oude smederij op nummer 43, in de Lutte.
Het werd vanaf het begin van de 19e eeuw gebruikt in de smederij van de familie Thijhuis.

De pons/knipschaar heeft jaren verscholen gestaan in de bosjes voor de smederij. In overleg met de eigenaar heeft de stichting Dorpsbelangen De Lutte het idee opgevat om deze te restaureren en weer terug te plaatsen op de oude plek waar deze nu staat.

De pons of knipschaar werd gebruikt om gaten te maken (ponsen) in metalen strips.
Deze strips werden aan elkaar gemaakt met gloeiendhete klinknagels. Na afkoeling had je een ijzersterke verbinding.


Historie smederij Tijhuis

In 1870 verhuisde de toen 41 jarige Gerardus Tijhuis van Denekamp naar de Lutte. Hij trouwde in dat jaar in september met de 26 jarige Maria Haer en begon een grofsmederij (de officiële inschrijving bij KvK in 1870)
De locatie van deze smederij was bij “Molthof op de Draai”, waar nu Morsink Dier en Hobby staat.

De werkzaamheden bestonden toen voornamelijk uit het 

  • beslaan van paarden, het maken van hoefijzers. Uit de analen is bekend dat het beslaan van 20 paarden op 1 dag voor de paardenkoopman “mooie vrouw’n Jan”, vrij normaal was.

  • vervaardigen van hoepels om houten wielen

  • maken van sierbeslag en spijkers

  • vervaardigen van siersmeedwerk op o.a. deuren

  • aan elkaar klinken van 2 of meer ijzeren delen was aan de order van de dag

De voornaamste hulpmiddelen hierbij waren, smidsvuur, aambeeld en hamer.
Het smidsvuur werd opgestookt door middel van een blaasbalg, welke met kracht lucht uitblies.
Op het aambeeld werd het ijzer met de hamer in allerlei vormen geslagen.

In 1898 overleed Gerardus Tijhuis en werd het bedrijf overgenomen door zijn zoon Antonius, “smids Antoon”, toen 23 jaar.

“Smids Antoon” werd geassisteerd door zijn broer Herman en later door zijn zoon Gerard. Gerard had bij Borgerink in Harberinkhoek de nodige ervaring opgedaan.

Vlak na de 1e wereldoorlog verhuisde de smederij. De gebinten van de toenmalige smederij werden met behulp van de naobers en 6 wagenstellen verhuisd naar de locatie aan de Dorpstraat 43.

Hier is de smederij nog deels, intact.

Op 25 februari 1938 werd het bedrijf overgenomen door Gerardus Antonius Tijhuis, “smids Gerard”.

In een briefhoofd uit 1941 stond te lezen welke werkzaamheden er werden gedaan.

Electrische smederij, rijks gediplomeerd hoefsmid, autogenische lasch- en snijinrichting.
Handel in alle soorten landbouwwerktuigen en onderdelen. Gediplomeerd schoorsteenveger.

Uit oude rekeningen is op te maken dat de medewerkers van de firma Tijhuis zich in de oorlogsjaren voornamelijk bezighielden met reparaties van kafmolens, bietensnijder, hooischudders, ploegen, hakselmachines en natuurlijk het beslaan van paarden.

“Smids Gerard” op zijn Solex met gereedschapstas, was een vertrouwde verschijning in het dorp.

Gerard Tijhuis is hier bezig zijn beroep van hoefsmid uit te oefenen. Door mechanisatie in de landbouw dreigde dit mooie beroep verloren te gaan. De opkomst van de paardensport verhinderde dit gelukkig. Hier beslaat hij het paard van de heer Zwijnenberg, geen onbekende in paardensportkringen

Op 22 november 1973 is het bedrijf overgenomen door Tonnie Tijhuis.
De werkzaamheden in de smederij werden minder. Het aanleggen van centrale verwarming en staalconstructies kregen steeds meer de aandacht.

De oude smederij is nog in originele staat en belangrijk om te behouden voor De Lutte.

De pons/knipschaar heeft jaren verscholen gestaan in de bosjes voor de smederij. In overleg met de eigenaar heeft de Stichting Dorpsbelangen het idee opgevat om deze te restaureren en weer terug te plaatsen op de oude plek waar deze nu staat. Helaas is de smederij(nog) niet te bezichtigen.


Infobordje